Microsoft verplaatst Dynamics 365 Finance & Operations-omgevingen van Lifecycle Services (LCS) naar het Power Platform Admin Center (PPAC). Nieuwe implementaties starten al in PPAC en Cegeka verwacht dat bestaande klanten in de tweede helft van 2027 migreren. Voor organisaties in de farmaceutische en life sciences-sector verandert deze overstap de manier waarop releases worden beheerd, gevalideerde omgevingen worden gekopieerd en wijzigingen worden getraceerd.
Capaciteit is de eerste verandering die je zult merken. In PPAC is je databaseopslag gekoppeld aan je licenties en voordat je kunt migreren, moet je database binnen de beschikbare capaciteit passen. De migratie kan nog even op zich laten wachten, maar met de capaciteitscheck kun je vandaag al beginnen.
The unified development environment (UDE) replaces the cloud-hosted development machine. That machine was a pay-as-you-go virtual machine in your own Azure tenant, which needed start and stop scripts to control cost and IP filtering to compensate for outdated security templates. A UDE is Microsoft-managed SaaS. Developers connect from Visual Studio with a licensed user and multifactor authentication, and request time-limited database access when troubleshooting requires it. With a single AOS, it is not built for performance testing.
PPAC brengt Finance & Operations onder in hetzelfde beheercentrum als Power Apps en Customer Engagement. Tegelijkertijd wordt de huidige inrichting vervangen door drie uniforme omgevingstypen.
De Unified Development Environment (UDE) vervangt de cloud-hosted development machine. Deze machine was een pay-as-you-go virtuele machine binnen je eigen Azure-tenant, waarbij start- en stopscripts nodig waren om de kosten te beheersen en IP-filtering werd gebruikt als aanvulling op verouderde securitytemplates. Een UDE is een door Microsoft beheerde SaaS-omgeving. Developers maken vanuit Visual Studio verbinding met een gelicentieerde gebruiker en multifactor-authenticatie en kunnen, wanneer dat voor troubleshooting nodig is, tijdelijk toegang tot de database aanvragen. Met slechts één AOS is de UDE niet bedoeld voor performancetests.
De Unified Sandbox Environment (USE) beschikt standaard over een user AOS en een batch AOS. Deze omgeving kan worden gebruikt voor testen, gebruikersacceptatie, golden configuration en datamigratie.
De Unified Production Environment (UPE) is niet langer afhankelijk van een sizing survey en goedkeuring door Microsoft. Je kunt zelf een sandboxomgeving omzetten naar een productieomgeving.
Voor elk type omgeving geldt dat het account waarmee de omgeving wordt aangemaakt automatisch de beheerder van die omgeving wordt. Dit kun je achteraf niet meer wijzigen. Bepaal daarom vooraf wie eigenaar wordt van de omgeving.
De package manager in PPAC houdt een zichtbaar overzicht bij van alle wijzigingen die in een omgeving zijn doorgevoerd. Deze historie biedt de audit trail die nodig is voor je kwaliteitsprocessen.
In LCS was een productierelease een handmatige taak die je via de portal inplande. In PPAC verloopt een release naar productie via een Azure DevOps-pipeline, net als bij iedere andere omgeving. Deployable packages worden daarbij opgeslagen in Azure DevOps in plaats van in de LCS Asset Library. We adviseren om goedkeuringsstappen op te nemen in deze productiepipelines, zodat iedere release aantoonbaar is goedgekeurd en je deze goedkeuring kunt vastleggen als onderdeel van je change control.
Binnen LCS kon een organisatie met 20 gelicentieerde gebruikers zonder gevolgen een database van één terabyte gebruiken. In PPAC wordt de beschikbare opslagcapaciteit berekend op basis van je licenties. Zodra je deze capaciteit overschrijdt, kun je geen nieuwe omgevingen meer aanmaken.
Heb je meer capaciteit nodig? Dan kun je altijd extra capaciteitspakketten aanschaffen via een billing plan dat wordt doorbelast via je Azure-abonnement. In PPAC kun je bovendien per omgeving bekijken welke tabellen de meeste opslagruimte innemen. Je ERP-database binnen de beschikbare capaciteit houden, wordt daarmee een terugkerend aandachtspunt.
Sinds februari 2026 starten nieuwe implementaties in PPAC. Voor bestaande LCS-omgevingen voert Microsoft momenteel migratiepilots uit. Die werken, maar het proces verloopt nog niet altijd soepel.
Zodra je omgeving in aanmerking komt voor migratie, verschijnt er in LCS een migratietabblad met de vereisten waaraan je moet voldoen. De belangrijkste: je capaciteit moet binnen de beschikbare capaciteit van je licenties blijven.
Wachten tot het migratieproces verder is verbeterd, is dus logisch. Zorg er wel voor dat je vooruit plant, zodat de migratie niet samenvalt met een validatiecyclus of audit.
Vergelijk eerst de grootte van je database met de beschikbare capaciteit van je licenties in PPAC. Dit inzicht is nu al beschikbaar voor omgevingen die nog op LCS draaien.
Zit je dicht tegen de limiet aan? Plan dan welke data je kunt archiveren en voer cleanup-scripts uit op de grootste tabellen.
Heb je nog voldoende capaciteit beschikbaar? Overweeg dan om cloud-hosted development machines en LCS-sandboxomgevingen te vervangen door UDE- en USE-omgevingen. Deze gebruiken databasecapaciteit in plaats van Azure compute, waardoor je maandelijkse kosten dalen en het securitybeheer bij Microsoft komt te liggen.
Benieuwd hoe de capaciteit van je huidige omgevingen zich verhoudt tot je beschikbare licentiecapaciteit? Neem contact op met ons team en ontdek welke vervolgstappen voor jouw organisatie relevant zijn.