Voor veel Europese fabrikanten van medische hulpmiddelen is de VS de volgende groeimarkt. Maar een CE-markering, gevestigde kwaliteitsprocessen en jarenlange ervaring in Europa geven niet automatisch toegang tot die markt. De FDA hanteert eigen eisen voor goedkeuring of toelating.
Een CE-markering toont aan dat je hulpmiddel voldoet aan de toepasselijke Europese vereisten. Ze vervangt geen beoordeling volgens de Amerikaanse regels. Die stap moet je dus meenemen in je marktintroductieplan, nog vóór je aan je FDA-dossier begint. Dat was ook het vertrekpunt van onze recente webinar over medische hulpmiddelen op de Amerikaanse markt.
Allyson M. Maur, partner bij McGuireWoods, lichtte er toe welke aannames Europese bedrijven op het verkeerde spoor kunnen zetten.
Het verschil is niet dat Europa pas na de marktintroductie toezicht houdt. Ook in de EU gelden eisen vóór een hulpmiddel op de markt komt, naast toezicht tijdens de verdere levenscyclus. Voor de VS moet je echter afzonderlijk bepalen welke FDA-classificatie en welk toelatingstraject van toepassing zijn, welke onderbouwing nodig is en of een beoordeling vóór marktintroductie vereist is. Een verkeerde aanname bij de start kan je dossier en je planning vertragen.
Bij de FDA begint alles met de juiste classificatie
De FDA valt onder het Amerikaanse Department of Health and Human Services en verdeelt ze haar regelgevende taken over drie centra:
- CDER houdt toezicht op geneesmiddelen op voorschrift.
- CBER is verantwoordelijk voor biologische producten.
- CDRH, het Center for Devices and Radiological Health, behandelt de meeste medische hulpmiddelen.
Naast deze centra speelt het Office of Combination Products een rol bij producten die een medisch hulpmiddel combineren met een geneesmiddel of biologisch product. Het helpt bepalen welk centrum de beoordeling leidt: CBER, CDER of CDRH. Ook inspecties en handhaving maken deel uit van het FDA-toezicht, onder meer nadat je product op de markt is gebracht.
Afhankelijk van je product kunnen dus meerdere FDA-onderdelen betrokken zijn. Een hulpmiddel dat in de EU een duidelijk toelatingstraject heeft, kan in de VS expertise van verschillende centra vereisen. Dat heeft gevolgen voor de documentatie en onderbouwing die je moet aanleveren, en voor de planning van je marktintroductie.
Vier toelatingstrajecten, één bepalende classificatie
De FDA deelt medische hulpmiddelen in drie risicoklassen in. Die classificatie bepaalt in grote mate welk toelatingstraject je moet volgen.
-
Klasse I omvat hulpmiddelen met een laag risico, zoals verbanden en eenvoudige EHBO-producten. Veel daarvan zijn vrijgesteld van een 510(k)-indiening. Die vrijstelling betekent niet dat er geen verplichtingen gelden: registratie, productvermelding, etikettering en toepasselijke kwaliteitseisen blijven van belang.
-
Klasse II omvat hulpmiddelen met een matig risico, zoals infuuspompen en elektrische rolstoelen. Voor veel van deze producten geldt het 510(k)-traject. Daarbij toon je aan dat je hulpmiddel wezenlijk gelijkwaardig is aan een geschikt referentiehulpmiddel dat al rechtmatig op de Amerikaanse markt is, een zogenoemd predicate device.
-
Klasse III omvat hulpmiddelen met een hoog risico, waaronder bepaalde implantaten. Hiervoor is doorgaans Premarket Approval (PMA) nodig, met uitgebreide onderbouwing van de veiligheid en doeltreffendheid, waaronder klinisch bewijs waar vereist.
Voor nieuwe hulpmiddelen met een laag tot matig risico waarvoor geen geschikt referentiehulpmiddel bestaat, kan het De Novo-traject een optie zijn. Zonder een passende classificatie zouden deze hulpmiddelen anders standaard in klasse III vallen. Via De Novo kan de FDA ze indelen in klasse I of II en vastleggen welke controles nodig zijn. Dat vraagt een andere onderbouwing dan een 510(k); de doorlooptijd hangt af van het dossier en de beoordeling.
Ga dus niet zomaar uit van een vrijstelling of een bepaalde risicoklasse. Een verkeerde classificatie kan je planning vertragen, extra regelgevend werk veroorzaken en er in sommige gevallen toe leiden dat je een product van de markt moet halen. Bevestig je classificatie vóór je je toelatingstraject en marktintroductieplan vastlegt.
Wanneer je hulpmiddel een combinatieproduct is
Classificatie vraagt extra aandacht wanneer een product kenmerken van een medisch hulpmiddel, een geneesmiddel of een biologisch product combineert. Een hulpmiddel met een geneesmiddelcoating kan in de EU onder de verordening voor medische hulpmiddelen (MDR) vallen, terwijl de FDA het als een combinatieproduct beoordeelt. In de VS bepaalt de primaire werkingswijze, de primary mode of action, welk FDA-centrum de beoordeling leidt.
Neem een injectiepen met een GLP-1-geneesmiddel. De pen is het hulpmiddel dat de toediening mogelijk maakt, maar het geneesmiddel zorgt voor de belangrijkste therapeutische werking. Daarom ligt de regie bij de beoordeling van zo’n combinatieproduct doorgaans aan de geneesmiddelenkant.
Ook bij minder voor de hand liggende producten telt de werkingswijze. Een tandheelkundige lak die een opening fysiek afsluit, kan anders worden beoordeeld dan een product dat zijn beoogde effect via een chemische werking in het lichaam bereikt. Antimicrobiële of antiseptische claims kunnen eveneens aanleiding geven tot beoordeling als geneesmiddel. De Europese classificatie bepaalt dus niet automatisch hoe de FDA je product behandelt.
Is het niet duidelijk welk regelgevingskader of FDA-centrum van toepassing is? Dan kun je de FDA om een formele vaststelling vragen vóór je een toelatingstraject kiest. Zo toets je een belangrijke aanname aan het begin, in plaats van pas nadat je 510(k)-dossier is beoordeeld.
Samenwerken met de FDA
Tijdens ons recente webinar over medische hulpmiddelen op de Amerikaanse markt benadrukte Allyson M. Maur dat je niet zomaar van een vrijstelling of een bepaalde risicoklasse mag uitgaan omdat je product in de EU is toegelaten. Wie die classificatie niet vooraf toetst, kan tijdens de FDA-beoordeling voor verrassingen komen te staan. Een verkeerde aanname achteraf rechtzetten kan extra werk, kosten en vertraging veroorzaken.
Vroegtijdig overleg met de FDA helpt om dat risico te beperken. Bespreek je vragen vóór je je toelatingstraject vastlegt, bijvoorbeeld via een pre-submission-overleg. Zo’n gesprek neemt niet alle onzekerheid weg en vervangt geen formele beslissing, maar kan wel helpen voorkomen dat je een dossier opbouwt rond een verkeerde aanname.
Je classificatie bepaalt in grote mate je toelatingstraject. Dat traject beïnvloedt je planning en maakt duidelijk welke eisen gelden voor traceerbaarheid, documentbeheer, leverancierstoezicht en de onderbouwing van kwaliteit, ook na de marktintroductie. Verschillen tussen de Europese en Amerikaanse vereisten kunnen daarbij hiaten in je processen zichtbaar maken. Breng die vroeg in kaart, zodat je niet pas tijdens een FDA-beoordeling of inspectie moet bijsturen.
Jouw Volgende Stap
Zodra je classificatie vaststaat, volgen twee belangrijke vragen:
-
Wat verandert er wanneer je AI inzet in het hulpmiddel zelf of in de software errond? Lees meer in ‘AI in medische hulpmiddelen: wat het Predetermined Change Control Plan van de FDA daadwerkelijk omvat’.
-
Wat moet je kwaliteitssysteem aantonen zodra je product op de Amerikaanse markt is? Ontdek de praktische aanpak in ‘Een medisch hulpmiddel lanceren in de VS? Begin met deze vier stappen’
Wil je meer weten over de FDA-classificatie en welk FDA-centrum je product beoordeelt? Bekijk hier het volledige webinar.