Het is maandagochtend. De agent van een accountmanager krijgt een simpele vraag: wat is de status van de order bij een van zijn klanten? Het antwoord is er wel, alleen niet op één plek. Een deel staat in het CRM, een deel in het ERP, een deel in een Excel-sheet die een collega drie weken geleden bijwerkte, en een recente specifieke context in een Teams-gesprek van gisteren. De agent doet precies wat er gevraagd wordt en faalt toch. Niet omdat hij niet slim genoeg is, maar omdat niemand ooit heeft geregeld dat hij overal mag komen.
Dit scenario gaat zich de komende jaren bij duizenden organisaties afspelen. En het legt iets bloot dat we jarenlang konden verdoezelen: we hebben applicaties nooit echt voor elkaar gebouwd. We hebben ze náást elkaar gebouwd.
Jarenlang was de vraag bij een softwarekeuze eenvoudig: welke applicatie doet dit het beste? Welk CRM heeft de sterkste pipelinefunctionaliteit, welk ERP de beste supply chain-module? Die vraag kon centraal staan, omdat de mens de lijm was die alles bij elkaar hield. Nu agents een steeds groter deel van dat schakelwerk overnemen, valt die lijm weg. En pas dan blijkt hoe los alles eigenlijk aan elkaar hing.
In een eerder blog Niet de applicatie, maar de agent beschreven we vijf veranderingen die agents met zich meebrengen voor enterprise-architectuur. De eerste was dat het ecosysteem wint van de losse applicatie. Die verandering werken we hier verder uit, omdat de andere vier erop voortbouwen.
Waarom best-of-breed juist nu pijn gaat doen
Een medewerker die van scherm naar scherm schakelde, vulde elk gat in de integratie onbewust op met eigen kennis. Een agent kan dat niet. Een agent werkt alleen met wat expliciet is opengesteld: API’s, dataconnecties, geautoriseerde toegang. Elke plek waar systemen niet naadloos samenwerken, wordt zichtbaar zodra je er een agent op zet. Het is dezelfde les als bij de zichtbare businesslogica uit het vorige artikel: wat alleen in iemands hoofd of in een handmatige stap zit, bestaat voor een agent niet. Best-of-breed-architecturen die jarenlang prima leken te werken, blijken vol te zitten met precies dat soort losse eindjes.
Precies daar ontstaat ook de businesswaarde van een goed ecosysteem. Hoe makkelijker data, processen en applicaties door agents gebruikt kunnen worden, hoe minder tijd verloren gaat aan handmatige overdrachten, maatwerkintegraties en het zoeken naar context. Maar belangrijker: nieuwe AI-toepassingen kunnen sneller van experiment naar schaalbare inzet. De waarde zit dus niet alleen in efficiëntere processen, maar in de snelheid waarmee een organisatie nieuwe processen kan automatiseren en nieuwe dienstverlening kan introduceren. Integratie wordt daarmee niet langer alleen een IT-vraagstuk, maar een factor in hoe snel je als organisatie kunt veranderen.
Twee databewegingen, twee verschillende eisen
De verleiding is groot om te denken: zet alle data bij elkaar en het probleem is opgelost. Zo simpel is het niet, want er spelen twee heel verschillende databewegingen tegelijk.
De eerste is strategisch. Om overzicht en sturing te houden, heb je een dataplatform nodig dat data uit het hele ecosysteem samenbrengt, opschoont en voorbereidt. Die data is er voor rapportage en analyse, en om agents te voeden met de juiste context. Dit is de contextlaag uit het vorige artikel. Daar gebruikten we Work IQ als voorbeeld: hoe Copilot begrijpt wat er speelt in Outlook, Teams en Excel. Voor bedrijfsdata uit CRM en ERP vraagt dezelfde gedachte om een dataplatform eronder. Zonder die voorbereide, centrale laag bouwt elke afdeling zijn eigen AI-eilandje met zijn eigen beperkte blik.
De tweede beweging gaat de andere kant op, en die wordt vaak vergeten. Een agent die iets ophaalt uit die strategische laag, moet op enig moment ook weer terug. Hij maakt een order aan, wijzigt een status of zet een taak door naar een andere agent die het vervolg oppakt. Dat is geen rapportageverkeer maar operationeel verkeer, en dat stelt andere eisen. Het moet transactioneel betrouwbaar en auditeerbaar zijn. En het moet lopen via de beheerde API’s en autorisatie waar we vorige keer al voor pleitten, met protocollen die niet alleen agent-naar-applicatie ondersteunen, maar ook agent-naar-agent. Als de ene agent een andere inschakelt, gelden dezelfde garanties op autorisatie en logging als wanneer een mens die handeling had verricht.
Een ecosysteem dat alleen de strategische kant op orde heeft, kan uitstekend rapporteren over wat er gebeurt, maar laat geen agent hándelen. Een ecosysteem met alleen operationele koppelingen laat agents wel werken, maar mist de context om dat werk te laten aansluiten op wat er organisatiebreed toe doet. Beide lagen zijn nodig, en ze zijn niet uitwisselbaar.
Waarom dit geen pleidooi voor één leverancier is
Dit klinkt al snel als een verkapt argument om alles bij één partij onder te brengen. Dat is nadrukkelijk niet de kern. De kern is samenhang, niet exclusiviteit. Interessant genoeg bewegen de grote platformen, waaronder Microsoft, zelf ook die kant op. Ze sluiten niet alles op binnen de eigen muren, maar bouwen open op protocollen als MCP en Agent2Agent (A2A). Daardoor kan een agent binnen Microsoft 365 net zo goed met een extern systeem praten als met Dynamics 365 of Dataverse. Het ecosysteem wint dus niet omdat het gesloten is, maar omdat het zich open laat aansluiten, naar binnen én naar buiten.
Wat dit betekent voor hoe je inkoopt en bouwt
Best-of-breed is niet dood. Er zijn nog steeds domeinen waar een gespecialiseerd puntproduct zoveel beter is dat de integratie-inspanning het waard is. Maar de lat ligt hoger. Een puntoplossing moet niet alleen op eigen merites winnen, maar ook laten zien dat ze zich netjes laat inpassen. Dat betekent API’s die een agent kan aanspreken, identiteit die aansluit, governance die niet als los eiland naast de rest staat, en datastromen die zowel de strategische als de operationele kant bedienen.
Voor organisaties die hun architectuur nu vormgeven, verschuift daarmee de vraag bij elke nieuwe keuze. Niet alleen: is dit het beste product? Maar ook: maakt dit ons ecosysteem sterker, of voegt het een nieuw eiland toe? Stel die vraag vooraf. Een eiland achteraf weghalen kost altijd meer dan het voorkomen.
De agent van die accountmanager krijgt op deze manier volgende keer wél een goed antwoord. Niet omdat hij slimmer is geworden, maar omdat het hele ecosysteem met elkaar op de juiste manier praat.
Herken je deze uitdagingen? Ben je bezig met agentic AI, maar worstel je nog met de vraag of je applicaties, data en integraties daar klaar voor zijn? Neem contact met ons op en ga in gesprek met onze experts over hoe je een samenhangend IT-landschap creëert waarin applicaties en agents veilig en beheersbaar kunnen samenwerken.