In dat spanningsveld schuift artificiële intelligentie steeds nadrukkelijker naar voren. Niet als verre toekomstvisie, maar als potentiële hefboom om zeer concrete uitdagingen aan te pakken. En toch blijft één cruciale vraag vaak onderbelicht: hoe begin je hier op een verstandige, duurzame manier aan?
AI is zelden het vertrekpunt
Niet door meteen in tools of licenties te investeren, en niet door technologie centraal te stellen.
Een doordachte AI-aanpak vertrekt eerst vanuit de maatschappelijke en organisatorische uitdagingen die om een oplossing vragen. Pas wanneer die helder zijn en de onderliggende data van voldoende kwaliteit zijn, kan AI zinvol worden ingezet als middel, niet als doel op zich.
Veel AI-trajecten lopen vandaag vast omdat ze vertrekken vanuit technologie: een platform, een chatbot, een tool. Pas daarna wordt gezocht naar toepassingen. In de praktijk leidt dat vaak tot oplossingen die technisch werken, maar onvoldoende aansluiten bij de realiteit van medewerkers of burgers. Pilots blijven hangen, adoptie blijft uit en het enthousiasme dooft.
Dat is zelden een technologisch probleem. Het is meestal een methodologisch probleem.
Een verstandige start begint daarom met vragen zoals:
- Waar loopt onze organisatie vandaag vast?
- Welke processen vragen disproportioneel veel tijd of manuele inspanning?
- Waar ervaren burgers wrijvingen, vertraging of onduidelijkheid?
- Welke kennis is schaars of moeilijk schaalbaar?
Door deze vragen scherp te formuleren, ontstaat een duidelijk kader waarin AI gericht en relevant kan worden ingezet.
Maatschappelijke impact als kompas
Binnen de Vlaamse overheid wordt impact zelden herleid tot louter operationele efficiëntie. Tijds- en kostenwinst zijn belangrijk, maar vormen nooit het enige of doorslaggevende criterium. Een duurzame AI-aanpak vertrekt vanuit een bredere maatschappelijke verantwoordelijkheid en houdt expliciet rekening met kwaliteit van dienstverlening, transparantie en uitlegbaarheid van beslissingen, gelijke behandeling en inclusie, en een zorgvuldig gebruik van data.
Deze principes sluiten expliciet aan bij het AI Playbook van de Vlaamse overheid, opgesteld onder regie van Digitaal Vlaanderen, waarin mensgerichtheid, transparantie en verantwoord gebruik van AI centraal staan. De uitdaging ligt dan ook minder in het formuleren van nieuwe visies, en meer in het vertalen ervan naar concrete processen en dagelijkse werking. In veel gevallen kan een gerichte procesverbetering, bijkomende automatisering of een investering in betere datakwaliteit al een groot verschil maken. AI komt pas in beeld wanneer ze aantoonbare meerwaarde creëert, niet alleen voor de werking van de administratie, maar ook voor burgers en medewerkers.
Governance als randvoorwaarde zonder te vertragen
Om AI op een duurzame en verantwoorde manier in te bedden in de werking van de overheid, is duidelijke governance geen optie maar een noodzaak. Governance is geen sluitstuk van een AI-traject, maar een randvoorwaarde vanaf dag één.
Duidelijke afspraken over eigenaarschap, ethische en juridische principes, transparantie en datakwaliteit creëren vertrouwen en maken schaalbaarheid mogelijk. Minstens even belangrijk is de betrokkenheid van medewerkers en eindgebruikers: zij moeten begrijpen hoe AI wordt ingezet en welke rol het speelt in hun dagelijks werk. Wanneer governance niet wordt gezien als een rem, maar als fundament, ontstaat draagvlak.
Waarom deze aanpak goed aansluit bij de realiteit van de overheid
Deze benadering blijft niet theoretisch. In de praktijk zien we dat organisaties die vertrekken vanuit hun concrete noden sneller tot gedragen en schaalbare toepassingen komen. Niet door groot te starten, maar door bewust te kiezen, samen met de werkvloer.
Bij Cegeka hebben we een workshop ontworpen die net deze methodologie volgt: starten vanuit de vraag en de noden, zonder vooraf vast te pinnen op specifieke technologieën of oplossingen. Samen verkennen we waar AI kan ondersteunen en waar andere ingrepen meer aangewezen zijn. Download folder
Dat deze manier van werken aanslaat, blijkt uit de reacties van mensen die dagelijks met digitale overheid bezig zijn.
Tom Van Herck van het Expertisecentrum Digitaal Vlaanderen verwoordt het zo: “Ik vond het inspirerend en ik verwacht altijd nieuwe dingen en mensen te leren kennen. Dat is volledig uitgekomen.” Hij benadrukt daarbij ook het menselijke aspect: “In een koude decembermaand was het échte, persoonlijke contact verwarmend.”
Voor Ide Vandenbroucke, Smart City Coördinator bij Stad Brugge, zat de meerwaarde vooral in de realiteitszin: “Er is zoveel mogelijk, en die échte voorbeelden waren indrukwekkend.” Niet theoretisch. Niet abstract. Maar herkenbaar voor wie met beleid, processen en burgers werkt.
Wat dit concreet betekent voor de Vlaamse overheid
De Vlaamse overheid hoeft zich niet te meten met het tempo of de werkwijze van Silicon Valley. Wat wél essentieel is, is een bewuste en doordachte omgang met artificiële intelligentie: pragmatisch, verantwoord en afgestemd op de realiteit van de organisatie.
AI is geen doel op zich, maar een instrument. Een instrument dat kan bijdragen aan beter onderbouwd beleid, kwaliteitsvollere dienstverlening en een werkbaardere overheid voor haar medewerkers. Wie deze logica volgt, vergroot de kans dat AI geen voorbijgaande hype wordt, maar uitgroeit tot een duurzame hefboom met reële maatschappelijke en publieke waarde.